Opdracht

printenprinten
stuur naar een vriendstuur naar een vriend

De ombudsman bij de NMBS werd opgericht door de wet van 21 maart 1991, Artikels 43 tot en met 47, betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven. (B.S. 27 maart 1991, err. B.S. 20 juli 1991) Deze werd gewijzigd door de wet van 28 april 2010 houdende diverse bepalingen, Titel 2, Hoofdstuk 1, sectie 2. (B.S. 10 mei 2010)

Bevoegdheden

Art. 11. § 1. Er wordt een Ombudsdienst opgericht, die bevoegd is voor aangelegenheden betreffende de vervoer- en infrastructuurdiensten die reizigers en gebruikers benutten, met uitzondering van klachten waarvoor een andere door of krachtens de wet aangestelde ombudsman bevoegd is.

§ 2. De Ombudsdienst heeft niet tot opdracht de activiteit van de spoorwegondernemingen en -beheerders te controleren, noch zich gezagshalve uit te spreken over de overeenstemming van hun gedrag met de rechtsnormen. Hij treedt niet op als autoriteit belast met de handhaving van Verordening (EG) nr. 1371/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 betreffende de rechten en verplichtingen van reizigers in het treinverkeer.

De ombudsdienst is belast met:

1° het onderzoeken van alle klachten van reizigers en gebruikers met betrekking tot de dienstverlening van de spoorwegondernemingen of de spoorwegbeheerders;

2° het bemiddelen in geschillen tussen enerzijds de spoorwegondernemingen of de spoorwegbeheerders en anderzijds hun reizigers of gebruikers om tot een bevredigende schikking te komen;

3° het richten van een aanbeveling tot de spoorwegondernemingen of de spoorwegbeheerders, indien geen bevredigende schikking kan worden bereikt;

4° het voorlichten van reizigers of gebruikers die zich schriftelijk of mondeling tot hem richten, over hun rechten en belangen;

5° het uitbrengen van adviezen in het kader van zijn opdrachten, op verzoek van de minister bevoegd voor vervoer.

printenprinten
stuur naar een vriendstuur naar een vriend
Development & Web design by defimedia, Powered by AToms®