Met de scootmobiel op de trein


Steeds meer gebruikers van scootmobielen ondervinden problemen wanneer zij met de trein willen reizen. Hoewel scootmobielen voor veel personen met beperkte mobiliteit een essentieel hulpmiddel zijn om zich zelfstandig te verplaatsen, blijken steeds meer modellen niet te voldoen aan de geldende normen voor vervoer per trein.

Recent behandelde Ombudsrail een dossier van een reiziger die slechts korte afstanden kan stappen met een rollator en voor langere verplaatsingen afhankelijk is van een rolstoel en scootmobiel. Zijn scootmobiel stelt hem in staat om zelfstandig familie en vrienden te bezoeken en bijvoorbeeld met de trein van Mechelen naar Sint-Niklaas te reizen om vervolgens verder te rijden naar Stekene.

Zijn scootmobiel biedt een groot rijbereik en verhoogt zijn zelfstandigheid aanzienlijk. Toch mag hij deze niet meenemen op de trein omdat het voertuig de maximaal toegelaten lengte met 40 centimeter overschrijdt. Voor de betrokken reiziger voelt dit als een beperking van zijn mobiliteit en maatschappelijke participatie.

NMBS past hierbij de bestaande Europese veiligheidsnormen correct toe. In overeenstemming met de Europese Technische Specificatie inzake Interoperabiliteit (TSI 1300/2014) mogen scootmobielen op de trein maximaal 300 kilogram wegen (inclusief gebruiker), niet breder zijn dan 75 centimeter en niet langer dan 120 centimeter.

Om reizigers meer duidelijkheid te bieden, lanceerde NMBS een positief initiatief in onder meer het station Brussel-Noord. Daar kunnen gebruikers hun scootmobiel in een afgebakende controlezone plaatsen. Past het voertuig binnen de voorziene afmetingen, dan mag het meegenomen worden op de trein. Enige kanttekening: past je scootmobiel niet in de trein, dan sta je daar in het station.

Ombudsrail merkt echter dat steeds meer nieuwe scootmobielen op de markt niet langer voldoen aan deze Europese normen. Veel gebruikers worden hiervan pas op de hoogte gebracht nadat zij hun scootmobiel hebben aangeschaft of wanneer zij effectief een treinreis willen maken.

Dit heeft belangrijke gevolgen voor personen met een beperkte mobiliteit:

  • hun zelfstandigheid en bewegingsvrijheid worden beperkt;

  • zij beschikken vaak niet over voldoende informatie op het moment van aankoop;

  • hun toegang tot het openbaar vervoer wordt bemoeilijkt;

  • frustraties, conflicten en klachten nemen toe, terwijl de vervoerder de geldende regelgeving correct toepast.

Om dergelijke situaties te vermijden, vraagt Ombudsrail dat op federaal en/of Europees niveau wordt onderzocht hoe een verplicht en uniform kwaliteitslabel voor scootmobielen kan worden ingevoerd.

Zo'n label zou in één oogopslag duidelijk moeten maken of een scootmobiel voldoet aan de voorwaarden voor gebruik op het openbaar vervoer en de trein. Het label zou verplicht zichtbaar moeten zijn in winkels, webshops, technische fiches en op de scootmobiel zelf. De beoordeling zou gebaseerd moeten zijn op objectieve criteria, zoals afmetingen, gewicht en manoeuvreerbaarheid, en bij voorkeur binnen de hele Europese Unie op dezelfde manier worden toegepast.

Een dergelijk kwaliteitslabel biedt voordelen voor alle betrokken partijen. Gebruikers kunnen beter geïnformeerde keuzes maken, vervoersmaatschappijen krijgen minder discussies en klachten, fabrikanten worden aangemoedigd om toegankelijkheid mee te nemen in hun ontwerp en beleidsmakers geven concreet invulling aan inclusie en consumentenbescherming.

Voor Ombudsrail is één zaak duidelijk: toegankelijk openbaar vervoer begint niet pas op het perron, maar al bij de aankoop van een mobiliteitshulpmiddel. Zonder duidelijke informatie lopen personen met een beperkte mobiliteit het risico onbedoeld uitgesloten te worden van treinverkeer.

In ons Jaarverslag 2025 besteden wij daarom bijzondere aandacht aan deze problematiek en roepen wij beleidsmakers op om werk te maken van een transparant, uniform en verplicht kwaliteitslabel voor scootmobielen. Toegankelijke mobiliteit mag geen toeval zijn, maar moet een vanzelfsprekend uitgangspunt worden voor iedereen.

share